Skip to content

Het Belgisch Spoorwegnet en het Federale Belgicistische spoorwegbeleid

NMBS, INFRABEL en de NMBS-Holding zijn nog steeds Federale Instellingen. Meer dan louter Federaal hebben ze ook nog een sterke Belgicistische toon en vertonen veelal dezelfde symptomen als België zelf: Oubollig, traag, geldverspillend, … . Deze symptomen en de Belgicistische reflex uiten zich in het algemeen beleid en de dagdagelijkse werking. De stiefmoederlijke behandeling van Vlaanderen (zowel op vlak van reizigersvervoer als op vlak van goederenvervoer), de nefaste gevolgen – op diverse vlakken – van het Brusselse GEN (Gewestelijk Expres Net), en aan dat rechtstreeks en onrechtstreeks gelinkt: Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat met disproportioneel veel geld gaat lopen. We kunnen hier spreken van transfers bodemloze Brusselse putten. Helaas bestaan er niet enkel Waalse putten.

Het Belgische Spoorwegnet is de voorbije decennia flink gekrompen. Lijnen werden gesloten, stations en haltes geschrapt, stationsfuncties – zoals loketten, sanitair, (verwarmde) wachtzalen- opgeheven, … . Stuk voor stuk asociale maatregelen omdat de “euro’s” elders nodig geacht werden en worden.

Officieel omdat deze lijnen en functies economisch niet rendabel waren/zijn, wat soms ook (een deel van) de waarheid is en was, maar vooral omdat ze niet in het Belgicistische kraam van de instellingen pasten en/of passen. De algemene voorkeur ging en gaat letterlijk en figuurlijk steeds uit naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het Belgisch spoorwegnet oogt dus als een spinnenweb met Brussel als middelpunt en de Noord-Zuidverbinding als flessenhals. In tegenstelling tot het sluiten van lijnen en andere faciliteiten in Vlaanderen gebeurde en gebeurt in Brussel net het tegenovergestelde. De instellingen hebben het belang van “het spoor” altijd gezien en getekend in het belang van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en de klassieke 20ste eeuwse pendelaar naar dat Gewest. De Coronacrisis bewijst echter wat eigenlijk niet meer bewezen hoefde te worden, met name dat andere werkmethoden het pendelen naar Brussel voor een aanzienlijk deel overbodig maken. 

M.a.w. de klassieke dienstverlening, de veiligheid, de ontsluiting van de havens per goederenspoor, de “ontdieseling” van Oost-Vlaamse diesellijnen, … ongeveer alles heeft moeten wijken en inleveren voor de belangen van het BHG door het in stand houden van deze voorbijgestreefde pendelstromen.

Belangrijk vaststelling in deze is ook dat het Groen-Rode-multiculturele BHG haar eigen boontjes niet kan doppen, ook niet inzake Mobiliteit. Dat is dus de hoofdreden dat ze naast o.a. een Stadstol, ook massaal naar (mobiliteits)Euro’s hengelen via Federale weg. De Belirisfondsen zijn daar één van, maar de GEN-fondsen (INFRABEL-NMBS) zijn daar nog een veel beter (lees: duurder) voorbeeld van. Terwijl elders ingeboet wordt inzake infrastructuur (cfr. supra), gebeurt in het BHG net het omgekeerde. Dit is dus een onverholen miljardenstroom, via mobiliteitsfondsen.

PDS December 2021